In deze uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (1 oktober 2025) draait het om de vraag welk gebruikelijk loon een DGA mag hanteren wanneer zijn BV financieel slecht presteert. De Belastingdienst stelde het gebruikelijk loon vast op € 25.000, maar de Rechtbank verlaagde dit bedrag tot € 7.500. De Inspecteur ging in hoger beroep.
Financiële situatie van de BV centraal
De vennootschap behaalde in de jaren 2019–2023 vooral bescheiden winsten en in 2022 en 2023 aanzienlijke verliezen. De liquiditeitspositie was zwak: betaling van een loon van € 25.000 zou de onderneming direct in gevaar brengen. De DGA had bovendien geen bedragen aan de BV onttrokken en alle middelen geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen en voorraden.
Het Hof benadrukt dat de gebruikelijkloonregeling (art. 12a Wet LB 1964) ruimte biedt voor een zakelijke verlaging van het loon als betaling van het standaardgebruikelijke loon de continuïteit van de onderneming bedreigt.
Oordeel van het Hof
Het Hof komt tot hetzelfde oordeel als de Rechtbank:
- Het gebruikelijk loon van € 25.000 is te hoog gezien de verliezen en beperkte liquiditeiten.
- Een loon van € 7.500 is reëel en zakelijk in de omstandigheden van 2022.
- De verzuimboete wordt terecht evenredig verlaagd.
- Het hoger beroep van de Inspecteur is ongegrond.
Daarnaast wordt de Inspecteur veroordeeld tot betaling van € 1.814 aan proceskosten en € 579 aan griffierecht.
Belang voor de praktijk
Deze uitspraak is relevant voor DGA’s en fiscalisten die te maken hebben met:
- verlieslatende BV’s
- liquiditeitsproblemen
- discussie over het gebruikelijk loon
- naheffingsaanslagen loonheffingen
- toepassing van art. 12a Wet LB bij continuïteitsdreiging
Het Hof bevestigt dat een verlaging van het gebruikelijk loon mogelijk en verdedigbaar is wanneer uitbetaling van het standaardloon de onderneming feitelijk zou ontwrichten.
