Uitgelichte beroepszaken – navordering of naheffing

Cliënt in deze zaak is een gerenomeerde internationaal opererende technisch specialist in ultrahogesterkte beton. Cliënt werkt wereldwijd voor een internationaal opererend buitenlands bedrijf. Cliënt heeft met zijn werkgever een nettoloonafspraak (tax equalisation agreement). Dit houdt in dat de werknemer een netto salaris ontvangt (waar ter wereld hij ook werkt) en dat de werkgever de verschuldigde belasting betaalt in de landen waar gewerkt wordt.

In 2009, 2010 en 2011 werkt client voornamelijk in Nederland (Moerdijkbrug, Calandbrug, Brug bij Hagestein). De werkgever huurt voor hem in Nederland kantoor- en woonruimte en stelt hem een auto ter beschikking.

In 2011 wordt client door zijn werkgever ontslagen, na een arbeidsconfilict over de volgens cliënt te lage kwaliteit van het ultrahogesterkte beton dat werkgever op een van de bruggen wilde laten aanbrengen. Kort hierna ontvangt de Nederlandse Belastingdienst een anonieme klikbrief uit het vestigingsland van de werkgever, waarin gesteld wordt dat cliënt al jaren als zzp’er in Nederland werkt zonder belasting te betalen. 

Tijdens de gesprekken van cliënt met de belastinginspecteur blijkt dat de werkgever de loonheffing over het salaris van cliënt nooit in Nederland heeft afgedragen. Cliënt voert zeer veel bewijsstukken aan waaruit afgeleid kan worden dat hij in loondienst was bij werkgever en dat een nettoloonafspraak was gemaakt. Ondanks het aangeleverde bewijs besluit de inspecteur aan cliënt navorderingsaanslagen inkomstenbelasting op te leggen over het door cliënt in 2009, 2010 en 2011 in Nederland genoten nettoloon. Er wordt voor een totaal van € 311.000 aan navorderingsaanslagen opgelegd.

De belastingadviseur van cliënt maakt bezwaar tegen de belastingaanslagen. Dit bezwaar wordt afgewezen. Vervolgens gaat de adviseur van cliënt in beroep bij de belastingrechter. Het lukt de adviseur niet om een duidelijk standpunt te formuleren waarna cliënt mij verzoekt de zaak over te nemen.

Juridisch is de situatie als volgt. De werkgever beschikte over een kantoorruimte en personeel in Nederland. Deze kantoorruimte kwalificeert als een zogenaamde vaste inrichting, waardoor de werkgever verplicht is zich in Nederland te melden als inhoudingsplichtige voor de loonheffingen. De werkgever moet over het salaris loonheffing inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. De werkgever had dit alles niet gedaan.

De loonheffing is een voorheffing op de inkomstenbelasting van de werknemer. Indien er niet of te weinig loonheffing is afgedragen, kan de Belastingdienst de te weinig afgedragen loonheffing naheffen bij de werkgever of de werknemer. De Belastingdienst kan er ook voor kiezen de voorheffing over te slaan en het loon waarover geen loonheffiing is ingehouden te corrigeren in de inkomstenbelasting bij werknemer. De Belastingdienst legt dan een navorderingsaanslag inkomstenbelasting op.